De in dit Waterplan beschreven opgaven en ambities hebben ook een financiële component. De komende jaren wordt de uitwerking van het Waterplan opgenomen in onze meerjarenperspectieven en begrotingen. In onze planning & control-cyclus rapporteren we hierover volgens de Effect, resultaat en prestatie (ERP) structuur. Ook in dit Waterplan volgen we de structuur van effecten en resultaten. In meer detail worden onder de resultaten prestaties benoemd. Daar wordt op gestuurd. Deze prestaties zijn te vinden in de begroting en vormen geen onderdeel van het Waterplan.

Onze werkzaamheden worden gefinancierd met belastingopbrengsten, leningen (schulden) en subsidies. We heffen belasting voor drie taken: de watersysteemtaak, de zuiveringstaak en de wegentaak.

Aan de hand van de driehoek hiernaast maken we jaarlijks de afweging tussen de hoogte van de kosten (uitgaven aan maatschappelijke 'effecten'), de belastingopbrengsten en de schuldpositie.

Hierbij worden de volgende principes gehanteerd:

  • Schommelingen binnen de belastingcategorieën zoveel mogelijk beperken;
  • Structurele kosten(stijgingen) dekken door structurele opbrengsten(stijgingen);
  • Standen reserves niet negatief aan einde van de planperiode;
  • De schuldpositie blijft binnen de bandbreedte van maximaal tweemaal de belastingopbrengsten.
  • Het aandeel kapitaallasten in de exploitatiebegroting blijft maximaal tussen de 25% en 30%.

In onderstaande tabellen staan de netto exploitatiekosten en investeringsuitgaven en het verloop van de reserves voor de jaren 2022 tot en met 2025. Deze zijn overgenomen uit het Meerjarenperspectief 2022-2025 (MJP), dat op 9 juni door ons algemeen bestuur is vastgesteld. 

Het Waterplan is dynamisch. De ramingen kunnen jaarlijks worden aangepast in de komende meerjarenperspectieven en begrotingen.

 

Voor de kapitaallasten rekenen we met een investeringsplafond van € 35 miljoen met bijbehorende kapitaallasten. Hoewel we onze investeringen zo realistisch mogelijk plannen in de tijd hebben we in de praktijk soms te maken met uitloop door planvormingsprocedures van derden. Het bedrag van € 35 miljoen is een ervaringscijfer uit voorgaande jaren. Uiteindelijk worden de werkelijke kapitaallasten meerjarig verwerkt.
In gemeenten waar we de wegen nog niet hebben overgedragen, willen we de financiële gevolgen van de wegenoverdracht voor inwoners en bedrijven zo klein mogelijk houden. De bestemmingsreserve voor de wegen komt aan het einde van de overdrachtsperiode na verrekening van nazorg en frictiekosten op nul uit.